Kerstverhaal (vrije vertelling)

Op de winternamiddag van 24 december anno 0000 begaven Maria en jozef zich op weg naar Bethlehem om zich aan te melden voor een volkstelling die aangekondigd was door koning Herodes.

Maar omdat er al vele rondtrekkende mensen onderweg waren konden zij nergens meer een plek vinden voor de nacht.
Het uur van de waarheid brak aan waarop Maria moeder zou worden en keken daarom naarstig uit naar een herberg in Bethlehem.

Ergens in Bethlehem vonden ze uiteindelijk een plekje in een boerenschuur met daarin een os en ezel.
Maria bracht daar haar eerstgeborene zoon Jezus ter wereld en wikkelde hem in doeken en legde hem neer in een kribbe, die normaal als voerbak voor de dieren werd gebruikt.

In de omgeving bevonden zich herders die in het open veld gedurende de nacht hun kudde bewaakten.
Plotseling stond een engel van de heer voor hen en vertelde wat er was gebeurd.
De herders haastten zich naar die stal/boerenschuur in Bethlehem, geleid door een ster om te zien wat was verteld.
Toen ze het kindje van Maria vonden in een beestenstal, knielden zij aanbiddend neer bij de schepper van het heelal.

Een tijd later kwamen er drie wijzen uit het verre oosten; Balthasar, Kaspar en Mechior, naar Bethlehem en zij zagen het kind, zijn moeder Maria en Jozef en knielden neer en betuigden hun blijde hulde.
Ze boden hun geschenken aan  met hart en hand: goud wierook en mirre.

Zij spraken hen toe met de woorden:
Hij die heerst op ‘s hemels troon, here jezus vaders zoon is geboren uit een maagd, op de tijd die god behaagt.
Lof aan u die eeuwig leeft, en op aarde vrede geeft, hoor de engelen zingen d’heer, van de nieuw geboren heer.

De engelen tenslotte verheerlijkten de heer met de woorden:
Eer aan god in den hoge en vrede op aarde aan de mensen in wie hij zijn welbehagen heeft gesteld.

(samengesteld door anton van de ven)

23-11-2014